Vier sonaten uit de beslissende periode rond 1802: het jaar waarin Beethoven een diepe persoonlijke crisis doormaakte en in een aangrijpende brief – het ‘Heiligenstädter Testament’ – de ontreddering om zijn toenemende doofheid uitschreeuwde. In deze sonaten wordt de emotionele lading van Beethovens muzikale visie tastbaar. De
Vioolsonate nr. 3, opus 12
toont nog de formele helderheid van de jonge componist, maar verbergt zijn ambitie niet. De drie
Vioolsonaten, opus 30
verruimen het klankspectrum: lyriek, ironie en dramatische spanning bestaan naast elkaar. Vooral Nr. 7 in c – product van een periode van persoonlijke crisis – laat horen hoe Beethoven het traditionele sonatemodel benut om zijn innerlijke demonen vrij spel te geven.