Wat gebeurt er wanneer cinema deelneemt aan sociale strijd? Vanuit de wereldwijde protestbewegingen van de jaren zestig en zeventig ontstond een nieuwe, radicale filmcultuur die de status quo uitdaagde. De late jaren zestig markeerden een periode van wereldwijde onrust en verzet: de studenten- en arbeidersprotesten in Frankrijk tijdens mei ’68, antikoloniale strijd in het Globale Zuiden, de burgerrechtenbeweging in Amerika, een tweede feministische golf en zo verder. Deze bredere counter-cultuur, die vooral verbonden werd door thema’s als antikapitalisme, antiracisme en anti-imperialisme, ging zich ook al snel in de filmwereld reflecteren in allerlei vormen van subversieve, politiek-geëngageerde en militante cinema. In België werd die beweging vooral vertegenwoordigd door Fugitive Cinema, een Antwerps filmcollectief opgericht door, onder meer, Robbe De Hert.
In dit college verkennen we de internationale geschiedenis van politieke en militante cinema. We focussen vervolgens op Fugitive Cinema, het subversieve Antwerpse filmcollectief opgericht door onder meer Robbe De Hert.
Op het programma:
TWEE KEER TWEE OGEN (1964, Robbe De Hert, 6’)
A FUNNY THING HAPPENED ON MY WAY TO GOLGOTHA (1967, Robbe De Hert & Jos De Hert, 7’)
S.O.S. FONSKE (1968, Robbe De Hert, 14’)
LITTLE RED RIDING HOOD AND THE TIME-BOMB (1969, Guido Henderickx, 9’)
DE VRIENDEN (1969, Louis Celis, 28’)
DE BOM (1969, Robbe De Hert, 32’)