Guy Gilles is het vergeten queer wonderkind van de Franse Nouvelle Vague. De periode die we kennen uit de gecanoniseerde werken van onder meer Godard en Truffaut bracht nog veel andere filmmakers voort. Gilles’ werk was er niet alleen op gericht om te experimenteren met de vormelijke en narratieve conventies van de cinema, maar ook met de heteronormativiteit ervan. In ABSENCES RÉPÉTÉES (1972) en LE CRIME D’AMOUR (1981) komen zijn fluïde visie op seksualiteit en queer esthetiek prachtig tot uiting.
De in Algerije geboren Gilles maakte al kortfilms toen hij twintig was, waarin de thema’s die later ook zijn langspeelfilms zouden kleuren reeds zichtbaar waren: ballingschap, herinnering, romantiek. Zijn langspeeldebuut L’AMOUR À LA MER, dat onbegrijpelijk nooit een bioscooprelease kende, vertelt het onmogelijke liefdesverhaal tussen een jonge vrouw en een matroos, en is tegelijk een stadssymfonie van Brest en Parijs.
Gilles’ werk barst van schoonheid, poëzie en sentiment, waarin kleuren- en zwart-witfotografie elkaar afwisselen en de elliptische montage doet mijmeren over het verstrijken van de tijd. De verfijning, maar ook de naïviteit die zijn films doordrongen, zorgden ervoor dat ze meer dan vijf decennia lang in de vergetelheid raakten. Het zijn net deze kwaliteiten die, 25 jaar na zijn dood, getuigen van de noodzaak om Guy Gilles in toekomstige geschiedenisboeken op te nemen als een van de belangrijkste stemmen van de French New Wave.